Archief voor september 2011
Hoogsensitief in de kinderopvang
Iedere week werk ik een dag in de kinderopvang of buitenschoolse opvang. De combinatie met het werken in mijn praktijk en werken buitenshuis in de kinderopvang / buitenschoolse opvang bevalt me erg goed. Het biedt me de kans om nog meer kinderen te zien en te voelen en ervaren wat er al op jonge leeftijd bij kinderen speelt. Wat me opvalt is dat daar nog weinig bekend is over hoogsensitiviteit en dat het moeilijk blijkt voor pedagogisch medewerkers om hoogsensitiviteit te onderkennen.
Het volgende voorval illustreert dit heel mooi:
Vorige week werd ik ingezet op een buitenschoolse opvang in Den Bosch. De kinderen waren heerlijk aan het spelen. Af en toe sprongen de jongens uit de band, maar al met al was er een fijne energie op de groep. In de loop van de middag ging het zonnetje steeds meer schijnen en konden de kinderen lekker naar buiten toe. Er waren meer groepen aan het buitenspelen, dus het plein was vol met kleinere en wat grotere kinderen. Ik liep rond om kinderen te helpen, een praatje te maken en gewoon een oogje in het zeil te houden. Mijn oog viel op een klein manneke wat rustig op zijn fietsje zat te zitten in mijn buurt. Een gevoelig ventje, viel me op. Zijn energie nog wat ‘ijl’ alsof hij nog moeite heeft om zichzelf een plekje te geven. Steeds vaker die middag kwam hij dichterbij en uiteindelijk is hij als een kleine zwaan-kleef-aan achter me aan gaan rijden op zijn fietsje en niet meer uit mijn buurt gegaan. Hij voelde mijn energie en mijn veiligheid en koesterde zich in de wetenschap dat ik hem zag in zijn werkelijke hoedanigheid: gevoelig en kwetsbaar. Ik vond het prima dat hij achter me aan hobbelde, ook toen hij plots achter me stond zonder dat ik dat zag en ik bijna over hem en zijn fietsje achterover tuimelde. Ik kon zijn behoefte voelen en hem daarin laten. Af en toe sprak ik tegen hem of raakte ik hem even aan.
Met zijn leidster knoopte ik een gesprekje aan over de gevoeligheid van het jongetje. Ik vroeg haar of ze wist of ouders zich er van bewust waren. Haar reactie was verrassend: Ze riep vermanend zijn naam en vertelde hem dat hij nu toch echt eens zelf moest gaan spelen. Hij moest echt wat gaan doen nu. Jammer, hij liep mij niet in de weg en kon zich koesteren in de energie die hem zo vertrouwd was. Nu was er de afwijzing en het oordeel: je bent lastig. Doe wat iedereen doet en ga spelen.
Wat jammer is het toch dat wij opgevoed worden met een beeld of plaatje dat we niet lastig mogen zijn. Dat we niet anders mogen zijn dan anderen. Dat we moeten doen wat iedereen doet. Of dat nou bij je past of niet. Dat is de pijn die er bij de leidster onder zit, en waar zij zich waarschijnlijk niet eens van bewust is. Wat fijn zou het zijn om die pijn te kunnen helen, zodat kinderen ook bij haar de ruimte krijgen om wel of niet iets te doen. Om wel of niet aanwezig of afwezig, dromerig en fantasierijk te mogen zijn. Als haar eigen innerlijk kind weer kind zou mogen zijn met de kindjes om haar heen. Dan mag de wereld weer magisch, gevoelig en kwetsbaar zijn, zonder daarmee zweverig te worden. Dan is er een balans tussen de dagelijkse realiteit en fantasie, balans tussen gevoelig en sterk zijn, kwetsbaar en krachtig. Het is juist die zachte, gevoelige component, die ervoor zorgt dat het dagelijkse leven zijn glans bewaart.
Hoogsensitief: eigen ervaringen
Vannacht om 5.00 uur schrok ik wakker van het geluid van brekend glas. Ik schrok me wild. Ik hoorde vaag boze stemmen en een stem die zei: ‘politie, meekomen’. Dat drong nog niet echt tot me door want ik stond al bij het raam om te kijken of dat brekend glas niet bij mij was. (*) Toen dat niet zo bleek te zijn, en er ook bij de huizen achter mij niets te zien was, kon ik even gaan voelen wat er in mijn lijf gebeurde. En dat was heftig! Toen ik echt ging voelen was er een combinatie van over moeten geven en flauw vallen tegelijkertijd. Ik probeerde er rustig bij te blijven, maar dat viel niet mee. Ik ben erbij gaan liggen, want ik was bang dat ik door de duizeligheid zomaar om zou vallen. Ik kon niet heel lang bij het gevoel blijven, daar was het simpelweg te heftig voor.
Ik ben aan de voorkant gaan kijken en door het raam van mijn dochter, maar ook daar was niets te zien, behalve bij één ander huis waar licht aan was, maar waar het verder rustig leek. Even flitste het door mijn hoofd dat ik het me ingebeeld had. (*) Toen ben ik me aan gaan kleden omdat ik liever niet alleen wilde zijn met deze angst. Toen ik beneden kwam, was er in mijn hele straat nergens licht aan te zien. Mijn hoofd stak de kop op en ik wilde weer naar bed gaan, maar een andere stem was heel duidelijk: ook al reageert er niemand, dan heb jij het nog gehoord (en gevoeld). (*) Ik heb mijn sleutels gepakt en ben naar buiten gegaan. Ik ben de hoek om gelopen en zag daar al vrij snel in de straat achter mij dat er een stuk of zes mannen met donkere kleren en bivakmutsen op bij het hoekhuis stonden. Dat was heftig om te zien. Ik schrok. De mannen zagen me aankomen en keken mijn kant op. Ik wilde me omdraaien en gauw weer mijn huis inglippen. (*) Ik voelde echter hoe belangrijk contact maken voor me was op dat moment, dus ik heb toch doorgezet en ben toch doorgelopen en bij mijn achterburen de hoek om geschoten. Gelukkig stonden daar twee achterbuurmannen op de stoep, met wie ik even een praatje kon maken. Van een veilige afstand en in contact met hen kon ik toen rustig kijken naar wat er gaande was. Ik heb benoemd hoe bang ik was en dat was fijn om te kunnen doen. Het met elkaar kunnen delen deed me goed. Het was bijna irreëel om die mannen met die bivakmutsen te zien staan, om ze te zien met die transparante schilden die ze bij zich hadden, om de recherche aan te zien komen (net zoals op tv) met hun kisten met materiaal. Maar goed, dit is dus ook de wereld, dit is ook het leven en dit is ook gewoon bij mij om de hoek. Ik heb nog even met mijn buurmannen gepraat en ben toen binnen nog een kopje thee gaan drinken. Eenmaal binnen heb ik mijn kind en mijn puber heel dichtbij me genomen, zowel op de bank als even later in mijn bed. Ook heb ik heel bewust tegen mijn lichaam gepraat en de spanning gevoeld en daar liefde aan gegeven.
De dag erna heb ik het voorval met dierbare mensen om me heen in contact gezet. De hele dag heeft het me, soms op de achtergrond, soms op de voorgrond bezig gehouden. In mijn lichaam voelde ik wat de impact was geweest. Met de basismeditatie (het gronden en wegsturen van energieën) heb ik mezelf weer in balans gekregen. Zeker toen ik in de bossen in de buitenlucht ben gaan wandelen, luchtte dat enorm op. Ook vandaag heb ik de basismeditatie weer opgepakt om te zorgen dat alle restanten in mijn lichaam en in mijn energie weer afgevoerd kon worden.
Ik vond het erg heftig om te ervaren hoe sterk mijn lichaam reageerde op het geluid van het brekend glas. Op zo’n moment is zo duidelijk wat de impact van mijn gevoeligheid is. Toch zitten er ook mooie kanten aan. In het verhaal ben ik meerdere vlakken geconfronteerd met oude pijnen en oude angsten. In de tekst hierboven zijn zij gemarkeerd met de sterretjes tussen haakjes. Dit hele gebeuren zie ik ook als een gelegenheid om deze angsten en oude pijnen onder ogen te zien. Ieder conflict, iedere lastige situatie is een mogelijkheid om oude pijn te helen. Mensen tegen wie je weerstand voelt, bieden je een kans om oude pijnen te helen en dat is waar het voor mij om gaat: zoveel mogelijk oud zeer loslaten, niet meer geregeerd worden door de vaste patronen waarin we vaak verstrikt raken. Daarmee bied je jezelf de kans om in het hier en nu in vrijheid te leven.
Lieve groet, Conchita
Het hoogsensitieve kind (1)
Natuurlijk wil je als ouder dat je kind gezond eet en voldoende vitamines binnenkrijgt. Niet alle kinderen zijn echter even enthousiast over fruit eten. En, hoe lastig dat ook lijkt, kinderen weten vaak intuïtief heel goed wat ze wel of niet nodig hebben. Dus als jij als ouder appels hebt gekocht, wil dat nog niet zeggen dat dat ook past bij de smaak van je kind en bij wat het kind nodig heeft. Hoe kun je als ouder je kind verleiden tot het eten van fruit?
Mijn manier hierin is dat ik na school een dienblad maak, met daarop een aantal schaaltjes. In die schaaltjes doe ik stukjes fruit, bijv. partjes appel, druifjes, stukjes meloen. Ik kies bewust voor stukjes, omdat dat de drempel om wat fruit te eten lager maakt. Een hele appel of een hele banaan voelt anders dan allerlei stukjes kunnen proberen. Daarnaast zet ik op het blad bewust ook een schaaltje met wat hartigs. Dat kan bijv. wat chips zijn of schijfjes worst of een plakje kaas. Ook een schaaltje zoet ontbreekt niet. Mijn dochter is gek op dropjes en het is voor haar veel uitnodigender om fruit te eten als er tussendoor ook een dropje te halen is! Natuurlijk past op zo’n dienblad ook rauwkost, olijfjes, overgebleven reepjes pannenkoek, hard gekookt eitje. Noem maar op. Mogelijkheden te over!
Het is handig als er van alle smaken wat tussen zit, zodat kinderen de verschillende smaken leren en intuïtief kunnen pakken wat nodig is. Natuurlijk kiezen ze datgene wat ze lekker vinden, maar op deze manier is er gelegenheid en aanbod om ook andere dingen te proberen. Zo had ik laatst kersen ertussen en zei mijn zoon meteen: Dat hoef ik niet. Tot hij het ging proberen en erachter kwam dat hij kersen wel degelijk lekker vindt.
Natuurlijk kun je ervoor kiezen om kinderen bewust te leren proeven. Dan zou je met ze af kunnen spreken dat van ieder stukje fruit er één geproefd wordt. Of dat het om de beurt mag: iets zoets, stukje fruit, een chipje, stukje fruit. Het kost ongeveer 12 keer proeven voor een kind aan een smaak gewend is. Weet dus dat het wellicht even duurt, maar dat je hiermee wel je kind helpt om te proeven en te leren eten. Weigert je kind stelselmatig om één soort fruit of een ander voedingsmiddel te eten, dan kan het zijn dat het kind intuïtief voelt dat een voedingsmiddel niet passend voor hem/haar is. Door het kind te laten testen met de bio-sensor kun je als ouder duidelijk krijgen hoe het lichaam van het kind reageert op een bepaald voedingsmiddel. Voor het testen van voeding kunt u bij Spelen is leren terecht.